Het omslagpunt.

Het omslagpunt komt overeen met het hoogste inspanningsniveau dat de atleet kan aanhouden zonder dat er een ophoping van lactaat ontstaat in het lichaam. Boven deze intensiteit wordt er in de spieren meer melkzuur geproduceerd dan er kan worden verwerkt. Dit is een kritiek punt omdat inspanningen tot op dit niveau door de atleet gedurende langere periodes kunnen volgehouden worden zonder dat er spiervermoeidheid optreedt.

In deze zone vindt er dus een overgang plaats van een overwegend aërobe (zuurstofrijke) naar een overwegend anaërobe (zuurstofarme) stofwisseling. Bij een lage belasting wordt de energievoorziening verzorgd in aanwezigheid van zuurstof (aëroob) en stapelen er zich geen metabolieten op in het lichaam. Naarmate de inspanning stijgt wordt de aanvoer van zuurstof ontoereikend om de volledige energievoorziening te dekken waardoor een deel van de energie moet gehaald worden uit processen in afwezigheid van zuurstof (anaëroob). Hierbij wordt er steeds meer lactaat gevormd, hetgeen zich in de skeletspieren ophoopt.

Het omslagpunt kan tijdens een inspanningstest bepaald worden door het nemen van een bloedstaal op regelmatige tijdstippen en/of door het analyseren van de ademhalingsgassen.