In de kijker

nascholingWorkshop

 

 

Extern

FaBeR > Onderzoek > Revalidatiewetenschappen > Cardiovasculaire en respiratoire revalidatie

Afdeling Cardiovasculaire en respiratoire revalidatie

Verantwoordelijke : Prof. T. Troosters

Deze afdeling beslaat drie onderzoekslabo’s die in nauwe samenwerking met diverse onderzoeksgroepen uit de faculteit geneeskunde en de universitaire ziekenhuizen toegepast onderzoek verrichten betreffende cardiovasculaire of respiratoire aandoeningen.
Het inspanningslabo van de pediatrische cardiologie heeft als voornaamste onderzoekslijn het bestuderen van de inspanningstolerantie en de efficiëntie van de gasuitwisseling tijdens inspanning bij kinderen met diverse congenitale afwijkingen en bij kinderen met overgewicht.

Binnen de volwassen cardiovasculaire problematiek wordt de inspanningstolerantie, de hemodynamische adaptatie aan inspanning en effecten van fysieke training en/of van cardiovasculaire farmaca bestudeerd bij diverse populaties, namelijk bij volwassen patiënten met aangeboren hartlijden, met verworven hartlijden, bij patiënten met verhoogde bloeddruk of bij sportbeoefenaars met mogelijks cardiologische problemen. Een belangrijke onderzoekslijn hierin betreft onderzoek naar de genetische, cardiale, musculaire en metabole determinanten van de inspanningstolerantie en van het effect van fysieke training bij hartpatiënten.

Onderzoek wordt ook verricht over de efficiëntie van tilt training bij de behandeling van patiënten (volwassenen en kinderen) met neurocardiogene syncope. Dit is een nieuwe behandelingsmethode om de orthostatische tolerantie bij deze patiënten te verhogen   Onderzoek binnen de respiratoire revalidatie vindt plaats in samenwerking met de dienst Pneumologie UZ Leuven en het Laboratorium Ademspieren KU Leuven en richt zich op determinanten van inspanningslimitatie bij patiënten met respiratoire aandoeningen (met name chronisch obstructieve longziekten (COPD), astma, mucoviscidose, longtransplantatie en sarcoïdose) en effecten van fysieke training bij deze patiënten. Het accent in het onderzoek ligt op de evaluatie en training van perifere en respiratoire spieren bij deze patiëntengroepen in zowel de acute als ook de chronische fase van de aandoening.